NOBV at European Geosciences Union General Assembly 2026 in Vienna

In early may 2026 the European Geosciences Union General Assembly took place in Vienna, with a strong presence from #NOBV. Across 7 presentations and 3 posters, spread over 5 sessions, including one convened by Duygu Tolunay and Joost Keuskamp, we reached a broad international audience with our research on greenhousegasses and subsidence in Dutch peatlands.

Our work sparked many engaging questions and discussions, often leading to valuable new insights on both sides.

It was inspiring to see the breadth of peat-related research presented: ranging from greenhouse gas emissions and soil mechanics to ecosystem dynamics and many other fields of research. Together, these efforts are advancing our understanding of peatland systems and helping identify effective ways to mitigate GHG emissions from (Dutch) peatlands.

Below is a list of the NOBV talks and posters at the EGU:

NOBV op European Geosciences Union General Assembly 2026 in Wenen

Begin mei vond de General Assembly van de European Geosciences Union plaats in Wenen, met een sterke aanwezigheid van NOBV. Met 7 presentaties en 3 posters, verspreid over 5 sessies, waarvan één georganiseerd door Duygu Tolunay en Joost Keuskamp, hebben we een breed internationaal publiek bereikt met ons onderzoek naar broeikasgassen en bodemdaling in Nederlandse veenbodems.

Ons werk leidde tot veel interessante vragen en discussies, die vaak resulteerden in waardevolle nieuwe inzichten voor beide partijen.

Het was inspirerend om de diversiteit aan veengerelateerd onderzoek te zien: variërend van broeikasgasemissies en grondmechanica tot ecosysteemdynamiek en meer. Samen dragen deze inspanningen bij aan een beter begrip van veensystemen en helpen ze om effectieve strategieën te ontwikkelen om de broeikasgasemissies uit (Nederlandse) veengebieden te beperken.

Hieronder een overzicht van de NOBV-bijdragen op de EGU:

Effect van waterinfiltratiesystemen op bodemdaling in veenweidegebieden

In het Vakblad Natuur Bos Landschap verscheen in februari 2026 een artikel van onderzoekers Sanneke van Asselen (Deltares) en Gilles Erkens (Deltares, Universiteit van Utrecht) over het effect van waterinfiltratiesystemen op bodemdaling in veenweidegebieden. Het artikel is geschreven naar aanleiding van hun onderzoek binnen het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV).

Het veenweidegebied in Nederland kent een lange geschiedenis van bodemdaling. Een belangrijke oorzaak is het kunstmatig laag houden van slootpeilen ten behoeve van de landbouw. Dit leidt vaak tot een toename van de bodemdaling. Uit lopend onderzoek binnen het NOBV blijkt dat waterinfiltratiesystemen in de ondergrond kunnen voorkomen dat de grondwaterstand diep uitzakt. Op die manier kunnen de jaarlijkse bodembewegingen en de bodemdaling op de lange termijn worden verminderd.

> Lees het hele artikel hier

Nieuwe postdocs gestart binnen NOBV

Bij de Vrije Universiteit zijn vier nieuwe postdoconderzoekers gestart binnen het NOBV, ieder met een eigen specialisatie.

Methaanproductie en -verwijdering: Olga Zygadlowska
Zygadlowska is biogeochemicus. Binnen haar PhD aan de Universiteit Utrecht onderzocht ze de interacties tussen water en sediment in eutrofe kustsystemen, met speciale aandacht voor methaanvorming, -verwijdering en de rol van elementen zoals zwavel, stikstof en ijzer. Binnen NOBV richt zij zich op methaanprocessen in natuurlijke en beheerde veengebieden, met als doel te begrijpen welke processen methaanverwijdering beïnvloeden en hoe verstoringen tot hogere emissies kunnen leiden.

Onderzoek naar verzilting en afbraakprocessen: Duygu Tolunay
Geboren in 1992 en opgegroeid in Turkije, specialiseerde Tolunay zich na haar bachelor biologie in de biogeochemie van zoetwatersystemen. Na onderzoekservaring in Spanje verhuisde zij in 2020 naar Nederland voor een PhD aan de Universiteit Utrecht, waar ze onderzoek deed binnen het onderzoeksprogramma NWA-LOSS (Living on Soft Soils). Haar proefschrift richtte zich op afbraakprocessen in ontwaterde kustveenlagen onder anoxische en oxische omstandigheden. Daarbij maakte zij gebruik van NOBV-veldlocaties en werkte zij samen met Jim Boonman (Vrije Universiteit) om methaan- en CO₂-emissies beter te voorspellen. Sinds oktober 2025 werkt Tolunay als postdoc binnen NOBV aan de invloed van verzilting op afbraaksnelheden in veenweidegebieden.

Klei in veen als mitigatiemaatregel: Guangnan Wu
Wu werkte eerder aan koolstofemissies en nutriëntenafgifte uit gebaggerde sedimenten in Nederlandse rivieren en kusten. Als postdoc aan de VU onderzoekt hij of toevoeging van klei aan veen kan helpen om koolstofemissies te verminderen. Zijn onderzoek richt zich op het beter begrijpen van hoe kleimineralen de koolstofkringloop in veengebieden beïnvloeden en hoe deze kennis kan bijdragen aan toekomstig beheer- en herstel van veengebieden.

CO-jaarbudgetten en modelontwikkeling: Pepijn van Elderen
Van Elderen startte in september aan de VU Amsterdam. Hij berekent de CO₂-jaarbudgetten op verschillende meetsites en werkt aan verbeteringen van het PEATLAND-VU-model, met focus op zuurstofindringing bij wisselende grondwaterstanden. Daarnaast ondersteunt hij het onderzoek naar klei in veen en is hij locatiemanager van vier meetsites. Voordat Van Elderen in Amsterdam startte, deed hij zijn promotieonderzoek aan de Universiteit Utrecht binnen het onderzoeksprogramma NWA-LOSS (Living on Soft Soils). Daar bestudeerde hij de langzame samendrukking van veen die ook voortduurt wanneer er al lange tijd geen extra belasting is aangebracht, een proces dat ook wel viskeuze compressie of kruip wordt genoemd. Ook werkte hij aan snellere bepaling van parameters voor bodemdalingsmodellen.

Meer weten of vragen aan de postdocs? Stuur een berichtje via info@nobveenweiden.nl

De relatie tussen bodemdaling en CO₂-emissies ontrafeld

Hoe hangen bodemdaling en CO2-emissies in veenweidegebieden nou eigenlijk met elkaar samen? Vóór de start van het NOBV werden CO₂-emissies uit veenbodems vooral afgeleid uit de relatie tussen veenafbraak en bodemdaling. De redenering toen was logisch: bij veenafbraak verdwijnt koolstof uit de bodem en dat komt als CO₂ in de lucht. Minder koolstof betekent minder bodemvolume, dus bodemdaling. Omdat directe metingen van broeikasgasemissies destijds nog duur en complex waren, baseerden onderzoekers zich vooral op lange meetreeksen van maaiveldhoogte en grondwaterstand, zoals die in Zegveld.

Binnen het NOBV zien we inderdaad dat veenafbraak bodemdaling veroorzaakt. Maar andersom gaat die vlieger niet altijd op: niet alle bodemdaling komt door veenafbraak. Er spelen deels andere factoren een rol. Veenbodems zijn slap en kunnen onder hun eigen of bovenliggend gewicht samendrukken. Vooral als het veenpakket dik is kan dit tot veel bodemdaling leiden. Daarnaast vertonen ze krimp- en zwelgedrag, wat binnen een jaar tot centimeters beweging kan leiden. Vaak is een deel van de krimp onomkeerbaar, wat leidt tot bodemdaling. Ook kwel en wegzijging beïnvloeden de grondwaterstand en daarmee de verticale beweging van de bodem. Tenslotte beïnvloeden de opbouw en eigenschappen van de veengrond (bijvoorbeeld wel of geen kleidek) veenafbraak en bodemdaling. De relatie tussen al deze verschillende factoren wordt binnen het NOBV uitgebreid onderzocht.

CO₂-emissies worden vooral bepaald door de hoeveelheid en type koolstof in de bodem, het veentype, de mate van zuurstofindringing (bijvoorbeeld door ontwatering en de bodemstructuur), en temperatuur. De dikte van het veenpakket speelt hierin nauwelijks een rol. We hebben geleerd dat de bijdragen van de verschillende sturende factoren en processen die leiden tot bodemdaling verschillen van plek tot plek.

Ook varieert de relatie tussen bodemdaling en CO2-emissie in de loop van de tijd. Op korte tijdschalen, bijvoorbeeld direct na een peilverlaging of tijdens droge perioden, kan er sprake zijn van veel mechanische bodemdaling zonder dat dit direct gepaard gaat met evenredige CO₂-emissies. Op langere tijdschalen, zoals meerdere decennia, wordt deze relatie meer uitgesmeerd en stabiliseert zij. In het algemeen geldt dat hoe langer de beschouwde tijdsperiode, hoe betrouwbaarder en consistenter de relatie tussen bodemdaling en CO₂-emissie wordt. Deze tijdsafhankelijkheid van de relatie is in dit document nader beschreven.

Door dit complexe systeem is bodemdaling geen betrouwbare indicator voor de hoeveelheid CO₂-emissie. Een sterke bodemdaling hoeft niet samen te gaan met hoge emissies – en andersom. Zo heeft bijvoorbeeld de meetlocatie Vlist een van de hoogste CO₂-emissies van alle NOBV-sites, terwijl de bodemdaling daar relatief laag is. Binnen het NOBV wordt daarom gewerkt aan het verder verbeteren van bodemdaling- en emissiemodellen, waarbij expliciet gebruik wordt gemaakt van de inzichten uit het NOBV-onderzoek. Alle factoren die de broeikasgasemissie beïnvloeden worden meegenomen in het NOBV-onderzoek en zijn geïntegreerd in SOMERS.

 

Nieuw inzicht in emissies uit Europese veengebieden

Onlangs verscheen de paper Identifying hotspots of greenhouse gas emissions from drained peatlands in the European Union. In deze studie is aangegeven dat de daadwerkelijke uitstoot van broeikasgassen uit ontwaterde veengebieden bijna twee keer zo hoog ligt als momenteel door EU-lidstaten wordt gerapporteerd. Voor diverse EU-landen laat deze aanpak zien dat er sprake is van onderrapportage. De meerwaarde zit erin dat met behulp van remote sensing data over onder andere data over landgebruik is achterhaald, die eerder onbekend was.

Voor Nederland ligt dit anders: in Nederland is het grondgebruik juist heel goed bekend. En dankzij SOMERS hebben we heel goed inzicht in de emissies. De Nederlandse gegevens die bij de rapportage van de uitstoot naar de EU gebruikt zijn, zijn gebaseerd op SOMERS en zijn van hogere kwaliteit dan die in het paper zijn gebruikt. Dat komt ook omdat in de paper, voor de berekening van de uitstoot, een standaard emissiefactor (Tier 1 niveau) is gebruikt. Dankzij het onderzoek binnen het NOBV weten we dat emissies juist sterk kunnen verschillen. In Nederland wordt daarom dankzij SOMERS op Tier 3-niveau gerapporteerd, met gedetailleerde regionale data en mechanistisch begrip, wat aanzienlijk nauwkeuriger is.
Hierdoor zijn de absolute emissies uit Nederlandse veengebieden in de paper niet representatief voor de Nederlandse praktijk. In Nederland zijn de emissies juist wat lager dan eerder werd aangenomen.

Terugblik Symposium Boeren op Hoog Water

Op 6 november 2025 organiseerden het Veenweiden Innovatie Programma Nederland (VIPNL) en het Veenweiden Innovatiecentrum een symposium over het onderzoeksprogramma Boeren op Hoog Water. Het NOBV ging tijdens het symposium in op de broeikasgasmetingen op deze locatie. Symposium gemist? Lees hier het sfeerverslag.

Van meten naar begrijpen naar voorspellen: samen brengen VIPNL en NOBV de klimaatwinst van maatregelen in kaart

Welke maatregel kan ik als beleidsmaker op locatie A stimuleren voor de meeste klimaatwinst? Gaan we met deze maatregelen de klimaatafspraken voor het veenweidegebied halen? Complexe vragen die nog niet goed te beantwoorden zijn. Nóg niet. VIPNL en het NOBV trekken al jaren samen op en gaan dat steeds intensiever doen. In dit interview gaan NOBV-programmamanger Pui Mee Chan en VIPNL-programmamanager Roel van Gerwern in op de samenwerking tussen beide programma’s. Lees verder.

NRC-artikel over emissies in veenweidegebieden

Recent verscheen in de wetenschapsbijlage van NRC een artikel over veengebieden. Het artikel, waarin onderzoeker Gilles Erkens aan het woord komt, gaat in op de uitkomsten van de eerste fase van het NOBV.
We hebben veel geleerd over hoe maatregelen in het veenweidegebied werken. Wat opvalt: de CO2-uitstoot varieert binnen het veengebied van plek tot plek en daarmee ook de effecten van een maatregel. Maar we hebben deze variatie omarmd: door gebruik te maken van veel metingen en ondersteund door modellen, kunnen we nu voorspellen wat maatregelen op verschillende plekken zullen betekenen voor de CO2-uitstoot. In de volgende fase van het onderzoeksprogramma worden de metingen gecontinueerd en uitgebreid naar nieuwe locaties en nieuwe maatregelen.

Lees het hele artikel hier. Met veel dank aan iedereen die het NOBV mogelijk maakt – onderzoekers, veldmedewerkers, overheden, boeren en boswachters.

‘Trots dat het onderzoek zo snel z’n weg heeft gevonden naar beleid’

Eind 2024 is de eerste fase van het NOBV afgerond. In de nieuwsbrief ‘Tussen bodem en ondergrond’ van het Expertisenetwerk bodem en ondergrond blikt NOBV-programmamanager Pui Mee Chan terug op de eerste vijf jaar onderzoek. Ook kijkt Chan vooruit naar de volgende fase van het onderzoeksprogramma. Lees het hele interview hier: https://lnkd.in/eq2XTCP5